
WILLEMSTAD - Met misleidende documenten is naar schatting negentig ton Venezolaans goud, ter waarde van circa drie miljard dollar, via internationale handelsroutes op de wereldmarkt terechtgekomen. Dat blijkt uit een groot internationaal journalistiek onderzoek dat blootlegt hoe het edelmetaal, afkomstig uit een regio in Venezuela waar ernstige milieuschade en mensenrechtenschendingen plaatsvinden, werd verwerkt door de Europese goudraffinaderij Argor-Heraeus.
Het onderzoek onthult dat tussen 2012 en 2018 ongeveer negentig ton Venezolaans goud, met een geschatte waarde van drie miljard dollar, via Curaçao werd uitgevoerd naar Europese goudraffinaderijen. Dat goud was grotendeels afkomstig uit illegale mijnen in het zuiden van Venezuela, waar al jaren sprake is van milieuschade, geweld, uitbuiting en betrokkenheid van criminele netwerken.
Turkoois water, witte zandstranden, iconische koloniale gevels geschilderd in geel, roze en blauw. Curaçao is een idyllische Caribische bestemming, perfect voor cruises en huwelijksreizen. Maar het eiland heeft ook een andere kant: op slechts 45 minuten vliegen van Venezuela, met een vrijhandelszone en directe verbindingen met Europa, is het een ideale doorvoerhaven voor zowel legale als illegale handel.
Doorvoercentrum
Curaçao, zelf zonder goudmijnen, groeide in de jaren 2010 uit tot een belangrijk doorvoercentrum. In minder dan tien jaar tijd werd meer dan 110 ton goud ter waarde van circa 4,5 miljard dollar vanaf het eiland geëxporteerd. Volgens experts was daar geen logische economische verklaring voor. De London Bullion Market Association (LBMA), die internationale standaarden voor goudhandel vaststelt, vroeg rond 2018 haar leden om geen goud meer uit Curaçao te accepteren.
De constructie werkte via een netwerk van tussenpersonen. Venezolaanse leveranciers brachten het goud naar Curaçao, waar het werd omgesmolten en vervolgens als “gerecycled goud” of “goudschroot” werd gedeclareerd. Die classificatie maakte strengere controles op herkomst overbodig. Omdat goud na omsmelting geen zichtbare sporen van oorsprong meer draagt, kon het met nieuwe certificaten als legaal verhandeld worden.
Het merendeel van het goud – circa zeventig ton met een opgegeven waarde van 2,2 miljard dollar – kwam terecht bij de Zwitserse raffinaderij Argor-Heraeus. Een kleiner deel ging naar Italië en Turkije. De raffinaderijen ontkennen dat zij goud van illegale Venezolaanse mijnen hebben verwerkt en stellen dat het om gerecycled materiaal ging dat voldeed aan internationale due diligence-normen.
Uit analyse van honderden interne laboratoriumrapporten van Argor-Heraeus blijkt volgens onafhankelijke geologen echter dat het metaal kenmerken vertoonde die passen bij primair mijnbouwgoud (doré), en niet bij oud sloopgoud uit sieraden. Met name de verhouding tussen goud en zilver zou duiden op herkomst uit het Orinoco-mijngebied in Venezuela.
De zaak werpt vragen op over de effectiviteit van internationale controlesystemen. Volgens critici vormt de categorie “gerecycled goud” een zwakke schakel in de regelgeving. In 2022 bestond volgens LBMA-cijfers circa 64 procent van het geraffineerde goud uit gerecycled materiaal, terwijl artisanale mijnbouw wereldwijd naar schatting 20 procent van de productie vertegenwoordigt. Die cijfers sluiten niet op elkaar aan.
Na Amerikaanse sancties tegen Venezuela in 2017 en een later Curaçaos importverbod in 2019 droogde de route via het eiland op. Tegen die tijd was het goud echter al verwerkt en opgenomen in internationale toeleveringsketens, onder meer voor technologiebedrijven die goud gebruiken in elektronische componenten.
Het onderzoek concludeert dat tientallen tonnen goud uit illegale Venezolaanse mijnbouw inmiddels onherleidbaar zijn opgegaan in de wereldmarkt, via een route waarin Curaçao jarenlang een cruciale schakel vormde.




































